We kennen allemaal het klassieke beeld: een duistere nacht, een volle maan en een heks die op een bezemsteel lachend de nachtelijke hemel in vliegt. Maar waar komt deze hardnekkige mythe eigenlijk vandaan? Het antwoord ligt niet in bovennatuurlijke krachten, maar in de verborgen, botanische kennis van de middeleeuwse ‘wijze vrouwen’. Welkom in de fascinerende, hallucinante en levensgevaarlijke wereld van de vliegzalf.
Bij De Magische Wijzer duiken we deze week in de verborgen geschiedenis van het meest beruchte brouwsel uit de kruidenmagie.
De Groene Apotheek van de Schaduwzijde
Voordat de heksenvervolgingen Europa in hun greep hielden, waren het de lokale kruidenhealers (vaak heggenvrouwen genoemd) die wisten hoe ze pijn moesten stillen. In een tijd zonder paracetamol of morfine zochten zij hun toevlucht in de meest krachtige planten die de natuur te bieden had: de nachtschadefamilie.
We hebben het hier over planten zoals wolfskers (belladonna), alruin, bilzekruid en later doornappel.
Deze planten bevatten een dodelijke cocktail van alkaloïden, waaronder atropine en scopolamine. In een extreem lage dosering konden ze pijn uitschakelen of een diepe slaap opwekken. Maar in de verkeerde dosering? Dan openden ze de poorten naar een totaal andere realiteit.
Waarom een Zalf (en Waarom die Bezemsteel?)
Als je deze planten zou opeten of als thee zou drinken, was de kans dat je de volgende ochtend niet meer wakker werd levensgroot. Het maag-darmstelsel kan deze giffen simpelweg niet aan. De vroege kruidenkenners ontdekten echter een achterdeurtje: opname via de huid.
Ze kookten de kruidenextracten in met dierlijk vet (meestal reuzel) om een dikke zalf te maken. Maar de gewone huid is dik en neemt stoffen traag op. De snelste manier om de actieve stoffen in de bloedbaan te krijgen, was via de dunne huid en de slijmvliezen.
En dit is waar de geschiedenis even bizar als tragisch wordt. Volgens historische rechtbankverslagen uit de 15e en 16e eeuw bekenden beschuldigde vrouwen (vaak onder marteling, maar soms ook gedetailleerd over hun rituelen) hoe ze de zalf aanbrachten. Ze smeerden het op plekken waar de huid het dunst was: onder de oksels, in de liezen, en… op de houten stelen van hun huishoudelijke gereedschap, zoals bezems. Door op de ingevette steel te gaan zitten, werden de hallucinogene stoffen razendsnel door het lichaam opgenomen.
De ‘Vlucht’ in het Brein
Wat gebeurde er als de zalf begon te werken? De combinatie van atropine en scopolamine veroorzaakt een zeer specifiek type roes: een delirium. Dit is niet te vergelijken met moderne psychedelica; het zorgt voor een compleet verlies van het realiteitsbesef.
- Gewichtsloosheid: Een van de meest gerapporteerde fysieke effecten is het gevoel dat je lichaam losbreekt van de zwaartekracht. Je voelt je letterlijk zweven of vliegen.
- Extatische dromen: Gebruikers raakten in een diepe trance waarin ze levendige, lucide dromen beleefden. Ze transformeerden in dieren, vlogen over bossen en bezochten grote, geheime feesten (die de kerk later omgedoopt heeft tot de ‘heksensabbat’).
Wanneer de vrouwen uren later wakker werden uit hun trance, waren ze er heilig van overtuigd dat ze fysiek de kamer hadden verlaten. In werkelijkheid hadden ze al die tijd roerloos op de vloer gelegen.
Van Sjamanisme naar Duivelskunst
Voor de opkomst van de inquisitie werd dit ‘vliegen’ in veel culturen gezien als een sjamanistische reis; een manier om contact te maken met de geestenwereld of de goden van de natuur. Maar de middeleeuwse kerk kon dit niet tolereren. Als een vrouw beweerde dat ze door de lucht had gevlogen, kon dat in hun ogen maar één ding betekenen: ze had hulp gehad van de duivel. De bezemsteel veranderde van een huishoudelijk hulpmiddel in een symbool van het kwaad.
De vliegzalf is daarmee misschien wel het meest tragische voorbeeld uit de geschiedenis van de kruidenmagie. Het laat zien hoe diepgaande botanische kennis, gecombineerd met de menselijke drang om de grenzen van de geest te verleggen, door angst en onwetenheid werd vervormd tot een dodelijk bijgeloof.
De heksen vlogen dus wel degelijk — maar hun bestemming lag niet in de wolken, maar in de oneindige diepten van hun eigen bewustzijn.

